Barbara McClintock, een geneticus die zich wist te vestigen

Barbara McClintock (16 juni 1902 – 2 september 1992) is een beroemde Amerikaanse geneticus. Zeker één van de slimste van de XXe eeuw.

Door Lucie NIETO

Barbara McClintock

Barbara McClintock, een wildebras

Ze is als Eleanor geboren, maar haar ouders hernoemen haar vier maanden later tot Barbara, omdat ze vinden dat dit beter bij het karakter van het kind past. Ze groeit op in Hartford, Connecticut. Zij is het derde van vier kinderen, geboren van de arts Thomas Henry McClintock en Sara Handy McClintock. Haar ouders verhuisen een paar jaar later naar Brooklyn, New York. In tegenstelling tot meisjes van haar leeftijd, speelt Barbara honkbal, bokst en schaatst ze. Het is moeilijk vrienden te maken als je niet van meisjesspelletjes houdt, en als jongens liever met jongens spelen.

Barbara toont heel vlug interesse voor wetenschap en wilt haar studie verderzetten aan de Universiteit van Cornell, een zeer prestigieuze universiteit. Dit idee bevalt haar moeder niet, omdat ze denkt dat een te hoog opgeleid meisje geen man zal vinden.

En een hoger opleiding kost ook veel geld. Na zijn terugkeer uit de oorlog (Eerste Wereldoorlog) neemt haar vader het voor haar op en gaat ze in 1919, op 17-jarige leeftijd, naar de faculteit agronomie van Cornell. Een zelfverzekerde vrouw die haar ideeën doorzet, ongeacht andermans mening.

De enige vrouw met een diploma in plantkunde

Aan de Universiteit van Cornell studeert ze plantkunde en behaalt haar licentiaat vier jaar later, in 1923. Haar passie voor genetica komt van een les van C.B. Hutchinson, een geneticus en professor aan de Universiteit van Harvard. Vanwege Barbara’s interesse nodigt Hutchinson haar uit om in 1922 deel te nemen aan zijn les genetica op Cornell, een uitnodiging die zij met plezier aanneemt.

Toen had Nettie Stevens al bewezen dat fysieke eigenschappen (kleur van huid, ogen…) van ouders naar kinderen worden doorgeven via chromosomen. Sindsdien heeft het genetisch onderzoek zich versneld doorgezet. En Barbara vindt dit trendy onderwerp boeiend.

Maïs, een boeiend onderwerp?

Barbara is verre van het soort vrouw dat zich vermaakt aan de arm van een jongen met een zak popcorn in haar hand. Ze is pas afgestudeerd aan Cornell en wil haar onderzoek voortzetten. Ze bestudeert de genen van maïs om te begrijpen hoe de kleuren van de korrels van de ene generatie op de andere worden doorgegeven.

Ze werkt heel veel en bestudeert maïscellen onder de microscoop. Ze bekijkt verschillende soorten maïs: gele, witte, bruine en paarse. Zij bestudeert met name de chromosomen van maïs met haar vriendinnen Harriet Creighton, een Amerikaanse botanicus en geneticus, en George Wells Beadle, een Amerikaanse wetenschapper die in 1958 de Nobelprijs kreeg.

Om haar werk te begrijpen, moet je begrijpen dat DNA ons uiterlijk en onze werking bepaalt. Grootte, klei, vorm, vertering… het exacte recept is in ons DNA vermeld. Deze is in elke cel aanwezig en verzamelt zich in chromosomen. Elk deel van de chromosoom heeft een specifieke rol.

Barbara weet precies waar het deeltje chromosoom dat de kleur van maïskorrels bepaalt, zich bevindt. Men dacht toen dat als er een  verandering was, deze te maken had met een mutatie.

Dankzij haar experimenten bewijst Barbara dat gekleurde vlekken verschijnen en verdwijnen op maïskorrels van generatie op generatie. Dat is verbazingwekkend. Om te begrijpen waarom maïsplanten verschillende kleuren vruchten voortbrengen, beseft ze dat stukjes genen van het ene chromosoom naar het andere “springen” en zo een verandering in de kleur van de korrel veroorzaken. Een revolutie in die tijd, maar weinigen nemen het ernstig.

Een angstaanjagend leerkracht, benijdt voor haar talent.

Ondanks een groeiende reputatie in Cornell, moet ze vertrekken. De faculteit kondigt dat het nooit een vaste baan aan een vrouw zal geven. Maar ze geeft haar dromen niet op. Ze leeft van kleine onderzoeksbeurzen die haar hier en daar worden gegeven en slaapt heel weinig om haar onderzoek te verrichten. Uiteindelijk werpt haar werk vruchten af. Ze mag naar Caltech gaan waar ze de eerste vrouw is die postdoctoraal onderzoek doet. Daarna wordt ze aangenomen op de Universiteit van Missouri. Ze is 34 jaar oud.

Maar dat is weer een teleurstelling. Ze moet onderwijzen, maar de leerlingen zijn bang van haar karakter. Haar collega’s benijden haar talent en ze wordt van alle faculteitsraden uitgesloten. Verontwaardigd verlaat ze de Universiteit van Missouri om zich aan te sluiten bij de laboratoria van Cold Spring Harbor, Long Island. Zij verklaart dat:

“Je weet dat je op het goede spoor zit, als je deze innerlijke zekerheid hebt, dan ken niemand je remmen… wat men ook maar zegt.”

Grondig onderzoek en een Nobelprijs als beloning.

Bevrijd van haar onderwijsplicht is ze vrij om met genetici te werken en zelf mais te planten voor haar onderzoek. Ze maakt talrijke ontdekkingen die door haar collega’s niet ernstige genomen worden. Spijtig, want in de komende jaren zullen andere onderzoekers bewijzen dat ze gelijk had.

In de jaren ’60 verzamelt ze wetenschappelijke prijzen. En op 81-jarige leeftijd hoort ze op de radio dat ze de Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie heeft gewonnen.

Barbara McClintock

16 juni 1902

2 september 1992